Toeren in Voeren

 Een route boordevol afwisseling: een oude spoorweg genaamd Ligne38 is nu fietspad. Fietsknooppunten in de Voerstreek en langs de Maas en Albertkanaal terug naar Luik. Bij het verlaten en terug binnenrijden van Luik is enige aandacht vereist, maar zo moeilijk is het niet.

          S tartplaats is het fonkelnieuwe, futuristische Liege Guillemins. Buitenkomend rechtsaf, je rijdt door de Rue Varin. Links meedraaien, je bevindt je nu in de Rue Vieux Mayeur. Via de Pont de Fragnée steek je de Maas over. Het weidse uitzicht is werkelijk prachtig. De verkeersdrukte moet je wel voor lief nemen, maar dat is maar voor korte duur.

 
Futuristisch Liege Guilemins.
 

           De volgende waterloop is de Ourthe, deze mag je NIET oversteken, je slaat rechtsaf en je volgt de linkeroever (Quai de Condroz). Je bent nu op het tracé van de Ravel 5. Dit is een droom van een fietspad langs de Ourthe van Luik tot Combain la Tour. Maar zover gaan we niet. 

Na de brug van de E25 volg je een kanaal dat een Ourthe bocht mooi afsnijdt. Op het einde kom je langs een sluisje, rechts meevolgen en bij de volgende brug nemen we afscheid van deze Ravel 5. 

Nu mag je de Ourthe oversteken en linksaf slaan. De eerste straat rechts, de Quai Henri Borguet inslaan. Je fietst nu langs de linkeroever van de Vesdre. De samenvloeiing met de Ourthe ligt achterop. Bij de volgende brug steek je de Vesdre over en rechtsaf. Dit is de Rue du Becheron. Kijk uit je doppen, want waar de straat van de Vesdre wegdraait kun je en pad nemen pal langs de oever van de Vesdre. Zo je bent begonnen aan de 40 km lange Ligne 38. Bovenstaande beschrijving lijkt ingewikkeld, maar eens te meer zul je merken dat eens ter plaatse het "zichzelf" wijst! 

Wat verderop ontmoet je twee uitersten in spoorweggeschiedenis: de afgedankte Ligne 38 en de splinternieuwe hogesnelheidslijn. Onder het talud door en linksaf. Het pad in rode klinkers stijgt geleidelijk. Onder de spoorweg door. Je komt op een rotonde. Links is een industriezone. Neem de derde afslag Rue du Chalet, tussen de huizen door merk je links een bordje "Ravel" en je zit goed!
Pad begint achter de huizen.Bordjes Ravel.
 

           Het verharde pad stijgt geleidelijk, je verlaat immers de vallei van de Vesdre. Eens te meer is het verbazend dat een dergelijk kleine waterloop een weidse vallei kan hebben. Wie dacht dat een spoorfietsroute vlak is, moet zijn mening herzien. De stijging is naar spoorwegnormen fors te noemen. Zeg maar iets meer dan vals plat. Tussen de struiken door heb je een mooi zicht op Luik. Het hoogteprofiel dat op het (gratis te verkrijgen) routekaartje staat liegt er niet om. Gedaan met links rechts averechts, steeds rechtdoor is de boodschap.
Klimmen uit de vallei.Steeds rechtdoor en klimmend.Mooi zicht.
 

           Na Grivegnée, maakt de route een eigenaardige, korte kronkel, daardoor moet je op korte tijd de drukke N3, Luik-Aken tweemaal oversteken. Kijk uit je doppen want een fietsoversteekplaats is ver te zoeken. Daarna blijft het pad parallel lopen met de N3, en wat verder te Fléron mag je de drukke verkeersader voor de laatste keer dwarsen. Nog altijd parallel met de N3, maar die ligt nu rechts van je.
Station Retinne.Station Melen.
 

           Net voor het oude stationsgebouw van Herve, dat nu dienst doet als toerismebureau is het gedaan met het asfalt. Niets meer of minder dan sintels doen nu dienst als wegbedekking. Van dat goedje hebben ze hier meer dan ze op kunnen, je bent hier immers in een steenkoolstreek. Mooi om zien: het asfalt eindigt abrupt, sintels komen in de plaats. Enkele MTB'ers hebben hun oog laten vallen op mijn fiets (Koga Miyata). Blijkbaar is dat merk hun onbekend want de fiets wordt wel zeer aandachtig bekeken. Het merk is praktisch niet uit te spreken voor de Franstalige. Ze denken dat het een "velo Japonais" is. Ik heb ze maar in de waan gelaten.

 
Einde asfalt, begin sintelpad. Velo Japonais?
 

           Ondertussen dringt een koffiestop zich op. Het eerder vermelde toerisme bureau is een cafetaria rijk. Niettegenstaande het ochtend is, zit het terras al gezellig vol. Loop zeker het toerismebureau eens binnen, mooie tentoonstellingen en toeristische informatie bij de vleet.
Tentoonstelling.Tentoonstelling.
 

           Het warme zomerweer van de laatste tijd heeft ervoor gezorgd dat de sintels er kurkdroog bij liggen. De meeste fietsers hier verplaatsen zich per MTB. Zoals je weet zijn de banden ervan uitgerust met flinke noppen. Die produceren een enorme stofwolk door die droge sintels. In het zonlicht dat door het bladerdek van de bomen schijnt, kun je goed zien hoe dat vieze stof blijft hangen. Na enige tijd zijn mijn tegen de zon ingesmeerde benen potzwart. Het stof vindt het heerlijk om daarin te blijven kleven. Niettemin is het heerlijk fietsen hier. Veel zicht is er helaas niet, je bevindt je in een tunnel van groen. Het beschermt tegen de zon en voelt fris aan.

 
Nog meer goed volk.Groene tunnel.
 

           Een wagentje waar vroeger de steenkool werd ingeladen doet tegenwoordig dienst als bloembak . Een plaatsnaambord "Battice" staat op de plaats van het voormalig station van Battice.

 
Restant van spoorweg.Doet dienst als bloembak op oude dag.Station van Battice.
 

           Zeker eens halt houden bij open plekken, je wordt beloond met een uitzicht dat er mag zijn!

 
Countryside.
 

           Het gelijknamige fort is een stop meer dan waard, als het geopend is tenminste. Hier was dat niet het geval. Maar van buiten is ook genoeg te zien. Dit fort is één van de 4 forten die gebouwd werd tijdens de jaren 30, en meer in het bijzonder tijdens 1934 en 1937. In mei 1940 werd het fort gedurende 12 dagen belegerd door zwaar Duits geschut en vliegtuigen. In het kleine museum kan je de schade bekijken.
Fort van Battice.Fort van Battice.Fort van Battice.
 

           Na Thimister-Clermont buigt het pad in een wijde boog noordwaarts. In de zijgevel van een huis kun je goed zien dat je op de voormalige "Ligne 38" bevindt.
Spoorwegrelict.Ligne 38!Station zonder naam.
 

           Net voor Aubel staat een locomotief herinneringen op te roepen aan de steenkoolmijnen. Info ter plaatse. 
Het dorp is bekend om zijn streekproducten: kaas, stroop, cider en bier. Deze worden verhandeld op de markten op dinsdag- en zondagochtend. In het centrum van Aubel staan nog vele authentieke panden en het kerkhof herbergt een groot aantal grafstenen uit de 16e eeuw. Daarnaast herbergt Aubel de Abdij van Godsdal, gelegen in het dal van de Berwijn, waarvan de oudste gedeeltes dateren van 1216. Het is de enige abdij van België die de Franse Revolutie doorstaan heeft. 
Leuke plaats om het fietsen even te onderbreken.

 
Mijnloc.Info ter plaatse.
 

           Tot nu toe kwam je regelmatig fietsers tegen. Vanaf Aubel ben je hier moederziel alleen op het nog altijd mooie, met sintels verharde pad. Nadat je onder een bakstenen boogbrug bent gereden loopt het pad dood op een betonweg. Correctie: het loopt aan de overzijde verder, maar het is privé.
Op een spoorwegbrug.En eronder!
 

           Je bent nu in Hombourg, eindpunt van dit deel van de tocht. In de omgeving van het station staat heel wat oud spoormateriaal te wachten op restauratie.
Station Hombourg.Restaureren?Restaureren?Postwagen.
 

           Hoe moet het nu verder? Bij het einde van "Ligne 38" sla je linksaf. De kronkelende Rue de la Station volg je tot het einde. Daar neem je rechtsaf. Bounder heet de kaarsrechte betonweg. Wat verder, voorbij een oorlogsmonumentje verandert de naam in "Middelhof". In de verte heb je spoorwegviaduct al gezien, wel het is die richting dat je uit moet. De uitkijktoren van het Drielandenpunt wenkt, maar die laten we links liggen. Op het einde van de weg, sla je linksaf. Dus van het viaduct weg!

 
Oorlogsmonumentje.Richtpunt.kruisbeeld.
 

           Het is pas sinds je terug op de gewone openbare weg aan het fietsen b ent dat het opvalt hoe groen de omgeving hier wel is. Struweel omheint de weilanden, vogels vinden er een veilig onderkomen en het geeft de weg waarop je rijdt een speciaal cachet. Een grenspaal toont aan dat je flirt met de grens van onze noorderburen. 
Bij een bushalte op het kruispunt is een overzichtskaart van het Voerense fietsnetwerk aangebracht. Vanaf hier zullen knooppunten je de weg wijzen. Dit tot aan de Maas 20km verder.

 
Groene, rustige wegen.Je gids.
 

           Het stille Remersdaal is het eerste dorpje waar de knooppunten je naartoe leiden. Hier zijn nog woningen opgetrokken volgens de "plak en stak" methode. Een houten geraamte wordt opgevuld met een mengsel van stro en leem.

 
Remersdaal.Plak en stak.
 

           Remersdaal,stil? Nee, toch niet, we komen terecht in een stoet oldtimer 50cc's! Een geknetter dat het een lieve lust is. Onze neusgaten vullen zich met blauwe walm, veroorzaakt door de olie die dergelijke motor verbrandt. Bij taverne "Bakhuis" is t volle bak. Eerst en vooral de wandelaars en fietsers die calorieën komen aanvullen. Maar onze tweetakters hebben hier blijkbaar een pauze voorzien op hun treffen. De oude machines blinken als kwamen ze pas vanmorgen uit de showroom.

 
Geknetter te Remersdaal.Volle bak bij Bakhuis.
 

           Deze tocht wordt linksom gereden. Toevallig zo gekozen, het had evengoed in de andere richting kunnen zijn. Maar...na de verpozing bij het Bakhuis zijn we er blij om! Een lange, steile afdaling we zoeven naar beneden en voor we het goed en wel beseffen zijn we in Sint-Pieters Voeren! 
Op de kerkmuur staat in witgekalkte letters: "vive Happart". Tja het is hier niet altijd zo rustig geweest als vandaag.

 
Mooie Voerstreek.Happart.
 

           We rijden het dorp uit, op weg naar Sint Martens Voeren. Ook hier is het stil en rustig. Vogeltjes fluiten, een kat steekt parmantig de straat over. De ovelevingskansen van de kat zijn redelijk want veel verkeer is hier te bespeuren. Langs een kapel waarvan de muren zijn opgetrokken in zgn. "speklagen" afwisselend een rij baksteen en een rij witte steen.

 
Mooie kapel.Wachten op transport.
 

           We bereiken 's Gravenvoeren. Dit is met zijn 1.350 inwoners het grootste dorp van de Voerstreek en het centrum van de fusiegemeente. Hier valt ons oog op het beeld van "Der Waggeler". Veel Duits kennen we niet maar "waggeler" lijkt veel op waggelen. En zoals het mannetje de lantaarnpaal vasthoudt…

 
Waggelen?Der Waggeler.
 

           De kleine waterloop waar we langs fietsen bij het verlaten van het dorp is de Voer. Meteen is ook de benaming van deze heel mooie streek verklaard! In een voortuintje wagen we ons aan een macro fotootje van een reusachtige klaproos. Een volbepakte fietser doet ons gissen naar zijn bestemming.

 
De VoerKlaproos.Ver van huis.
 

           De kleine waterloop waar we langs fietsen bij het verlaten van het dorp is de Voer. Meteen is ook de benaming van deze heel mooie streek verklaard! We rijden voor eventjes Nederland binnen. Via het mooie kasteel van Eijsden bereiken we het gelijknamige dorp en plots staan we oog in oog met de Maas.

 
Kasteel van EijsdenWe zijn in Nederland.Oog in oog met de Maas.
 

           Zwemmen hoeft niet, het veer "Cramignon" ingehuldigd op 29 mei 2004 door de stad Visé en de gemeente Eijsden brengt ons gezwind en tegen betaling van één euro naar Lanaken aan de overkant. Net als in Eijsden kun je ook hier iets drinken vlakbij de veersteiger. Het terras biedt een mooi uitzicht over de Maas. 
Een half ingegraven bunker heeft zo te zien een voltreffer moeten incasseren. Of heeft men ooit vergeefse pogingen ondernomen om dit stevige betonnen gevaarte te slopen?

 
Zwemmen hoeft niet.Voila de overkant.Voltreffer.
 

           Rue de Lanoye toont aan dat we ons terug in Wallonië bevinden. Gedaan met knooppunten, volg de bordjes van"Ravel" en fietswegwijzers. Na de boogbrug bij het jachthaventje tegenover Visé te hebben overgestoken zie je in het midden van de Maas een langwerpig eilandje. Neem even de tijd om van je route af te wijken want het is een prima stopplaats.

 
Als waren het de ogen van het schip.Vise in zicht.Jachthaventje.
 

           Bij de brug van Hemalle rechtsaf. Een tweevaksweg met enig autoverkeer leidt naar het Albertkanaal. Nogal wat scheepvaart op deze verkeersader tussen Antwerpen en Luik. Het kanaal meet 129,5 km en werd in 1946 in gebruik genomen. Voordien duurde het zeven dagen om van Antwerpen naar Luik te varen. Nu nog amper 18uur. Een paar pedaaltrappen verder kun je vergapen aan Cockerill Sambre, tegenwoordig ArcelorMittal. Wat een vuile boel daar.

 
Albertkanaal.voormalig Cockerill Sambre.
 

           Bij de samenvloeiing van Maas en Albertkanaal, staat een reuzegroot monument voor koning Albert I. Pas veel later komen we tot het besef dat we het gerust hadden kunnen bezoeken door heel eenvoudig bij de brug over te steken. Ondertussen ben je terug Luik binnengereden. De bordjes doen je de Maas oversteken. Lijkt misschien op het eerste zicht niet logisch, maar aan de overkant wacht je een autovrij, aangenaam traject tot de brug die je eerder overstak in het begin van de tocht. Eens daar is het station in een wip gevonden en zit deze tocht erop. Tenzij er nog wat tijd is om het verkeersvrije mooie, oude centrum van de stad te bezoeken.
Samenvloeiing van Maas en Albertkanaal.Centrum Luik.