Toeren in La Flandre Maritime

 Toen Frankrijk in de zeventiende eeuw het gebied tussen de Leie en de zee annexeerde, was de moedertaal daar een Vlaams dialect. ZeekantigVlaanderen of Zee-Vlaanderen heette deze streek toen. Je zult steeds weer opmerken dat de Vlaamse dialecten niet ophouden aan de "schreve", de grens tussen West-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen. Bejaarde inwoners van de regio spreken nog een aardig mondje "Vlams", met een sappig accent. Dat zelfde Vlams is nog prominent aanwezig in het straatbeeld. Let maar eens op de talloze Vlaamse familienamen op kerkhoven, de straatnamen.

Ghyvelde.

 

          Startplaats Ghyvelde is gemakkelijk te bereiken via de E40. Let op: je krijgt al onmiddellijk de mogelijkheid om even van de route af te wijken en het gratis toegankelijke "Musée des Pompes" te bezoeken. Wanneer je bij het bord dat einde bebouwde kom aangeeft, het kanaaltje oversteekt en rechtsaf slaat kom je er na 100m terecht. Via een hobbelig wegetje weliswaar maar who cares? Terug in omgekeerde zin. Een must vooraleer De Moeren binnen te rijden.

 
Musée des Pomes.Schroef zonder einde.Pompen maar.
 

          Na onder de autosnelweg door te zijn gereden kom je in de Moeren terecht. In feite fiets je nu onder water want dit bijzondere gebied ligt tot 4m onder de zeespiegel. Dankzij een ingenieus systeem van afwateringsgrachten en pompgemalen blijven je fietsbanden droog. Kaarsrechte wegen doorsnijden het gebied. En dat sinds de 17e eeuw toen ene Wenceslas Cobergher in opdracht van Albrecht en Isabella het gebied drooglegde. Ter verdediging van dit gebied werd het regelmatig weer onder water gezet. De laatste keer in 1944, een surprise van den Duits toen ze zich terug moesten trekken. Hoe hoog het water toen kwam tonen twee witte verfstrepen aan weerszijden van de voordeur van de boerderij op het einde van de weg die parallel met de E40 loopt.

 
Waterstand in 1944.Wegen zonder einde.
 

          Linksaf, rechtsaf. Ik passeer een boerderij waar verbouwingswerken an de hand zijn. Niks bijzonders ware het niet dat men lege wijnflessen ondersteboven in de betonplaat heeft gestopt. Bij dezelfde boerderij kun je wat industriële archeologie bewonderen onder de vorm van chicoreiast. Een gewas dat hier vroeger op grote schaal werd verbouwd.

 
Verwerken van leeggoed?Verwerken van chicorei.Verwerken van chicorei.
 

          De eindeloze wegen, die enorme vlakte doorsneden van kanaaltjes brengen je in Les Moëres. Het dorp dat zich middenin het gebied bevindt. Hier wonen ongev 750 mensen. Beetje spijtig is dat het dorp nogal druk verkeer te slikken krijgt van de D947 die dwars door het dorp loopt. Een winkel is er niet behalve de gekende "café-tabac" zoals overal in Frankrijk. Op donderdag komt een slager langs. Op de zijgevel van de Mairie toont een gedenkplaat de waterstand aan bij de onderwaterzetting in 1944. 
Op het marktplein staat een zgn eindeloze schroef opgesteld gebruikt om de Moeren droog te houden.

 
Eindeloos.Waterstand.Les Moëres.Pompen maar.
 

          Net buiten het dorp zie je het voormalige station van Les Moëres. Daar wil ik het fijne van weten. In Le Mairie krijg tekst en uitleg over de verdwenen sproorlijn van De Moeren. Op een plannetje wordt het tracé netjes geschetst. Van service gesproken. Bij het oude station hou ik halt om een fotootje te nemen. De bejaarde bewoonster is buiten en komt een praatje maken. In het "Vlams". 
Tot einde de 30er jaren reed hier nog een trein weet ze me te vertellen. Ze doet haar beklag over het feit dat jonge mensen de streek ontvluchten om elders te gaan werken. En dat het erg is dat er geen winkels meer zijn.

 
Les Moëres.Gare.
 

          Waar je in de verte bomen aan weerszijden van de weg opmerkt ben je terug de grens overgestoken. Net ervóór vind je het typische grenscafé "Saint Antoine" op je weg. Maar daar is het nog wat te vroeg voor. Of je zou de route in omgekeerde zin moeten rijden. 
Je mag terug een klein stukje in West-Vlaanderen fietsen. Een sas zo oud als de straat regelt de waterhuishouding. Wat verderop vind je een enorme bunker op je weg, helemaal overwoekerd met mos en klimop. Voor de liefhebbers van het genre: je kan er gemakkelijk in. Binnenin redelijk ruim.

 
Bruggetje zo oud als...Waterhuishouding.Bunker.
 

          Na de grens te zijn overgestoken, nemen we de tweede straat links, de Rue Coppens. Op de hoek bevindt zich een indrukwekkende boerderij. Een kegelvormig bakstenen hondehok, centraal op de grote binnenplaats trekt mijn aandacht. De wieken van de Noordmeulen wenken. De ze molen is in gebruik gebleven tot 1959. Gerestaureerd in 1998 en daterend van 1127 zou dit een van de oudste molens van Europa zijn. We zullen ze maar geloven zeker?

 
Hondehok.De oudste?
 

          De hoge toren (80m) van de "hallekerque" van Hondschoote (hier spreekt men van: "Ons Kot") troont boven alles uit. Deze landelijke gemeente was ooit één van de machtigste steden in de regio. De saaiweverij bracht welvaart en voorspoed. Totdat de beeldenstormers roet in het eten gooiden. De wevers trokken met hun kennis en geld weg naar veiliger oorden. Hondschoote verpauperde. Eertijds hoofdstad van de saainijverheid. Saai, een lichte wollen stof, nu nog bekend als “Hundskutt” in Duitsland of als “Sentto” in Italië! Ooit groter dan Ieper, maar door rampzalige oorlogen en verwoestingen verschraald tot een groot dorp. 
Een paar pedaaltrappen verder en je bent op de markt. Het stadhuis (1556) is een mengeling van gotische en renaissancestijl. Ga zeker eens binnen het loont echt de moeite. Dan speelt het carillon "al die willen op Island varen". Kan het nog Vlaamser?

 
Hondschoote.Hondschoote.
 

          Via de Rue de Liberation verlaat je dit stadje. In het nummer 86b kun je een atelier van oude, houten volkspelen bezoeken en desgewenst aankopen. Wat verder rechtsaf is het toerisme bureau. In het kleine, gezellige gebouwtje is het onthaal zonder meer vorstelijk! 
Dat men in deze treek nog redelijk Vlaamsgezind is bewijst "De Vlaamsche Leeuw" aangebracht op een gevel.

 
Rue de la Liberation.Vlaamsgezind?
 

          Probeer eens de Oud-Vlaamse tekst van de Geuzenkapel net buiten Hondschoote te lezen.

 
Geuzenkapel.Oud-Vlaams.
 

          Dan op naar het volgende dorp, Killem. In 1067 gesticht, was toen een paaldorp! Het dorp is gekend voor het verbouwen en verwerken van vlas. Het zegt van zichzelf dat het de hoofdstad van het vlas is! 
Negeer de wegwijzer "centre" en rij rechtdoor. Aan de volgende hoek uit je doppen kijken voor café "Le Rossignol". Eerlijk gezegd: ik ben al ik-weet-niet hoeveel keer klakkeloos dit cafeetje voorbij gevlamd! 
Je waant je binnen een eind in de tijd terug. Het plafond is versierd met de tekens van het kaartspel, we vinden dit ook terug in de tafels. Het bejaarde, moedertje dat het cafeetje openhoudt blijkt een leuke jawel "Vlams" sprekende gesprekspartner te zijn. Sinds 1938 laaft ze de dorstigen hier in het dorpje. Ook zij doet haar beklag dat mensen wegtrekken, dat er geen winkels zijn etc. Maar vooral is ze niet te spreken over de huidige jonge gezinnen. Ze wonen hier enkel om te slapen. Kinderen lopen school in de stad waar de ouders werkzaam zijn. Tja de charmes van 2008?

 
Oud-Vlaams.
 

          Een kerkwegel (verhard) tussen de huizen brengt ons naar de andere kant van het stille dorp. Linksaf en waar op de hoek café "Noye" is gevestigd rechtsaf. De fabriek aan de overzijde verwerkt vlas. Oost Cappel is de volgende bestemming. Het weggetje gaat vals plat omhoog. Eerst denk je dat de remmen aanslepen, maar een blik achterom leert je dat je toch wat geklommen hebt. Als je het geluk hebt de tocht te rijden op een winderige dag met kraakheldere lucht krijg je. een mooi panorama voorgeschoteld. Met de West-en Frans-Vlaamse heuvelrij als hoofdgerecht. 
Netjes uitgestald, op een rij. Kun je ze aanwijzen? Uiterst rechts Mont Cassel, de wat spitse ernet naast is Mont des Recollets. Die met de lange antennemast is de Mont des Cats. Wie gezegend is met scherpe ogen kan de abdij ontwaren op de top. Dan Mont Noir, de Rode Berg de Kemmelberg.

 
Op weg naar Oost-Cappel.Westvlaamse heuvelrij.
 

          Maar het gaat nu om Oost Cappel. Van het kerkje steekt de gevel in ijzerzandsteen schril af tegen de rest dat uit baksteen bestaat. Neem een kijkje bij het stemmige, gerestaureerde douanekantoortje kompleet met slagboom. Enkele jaren geleden was het perte totale nadat iemand er met zijn auto was ingeknald. Het gebouwtje doet denken aan de tijd van de smokkelaars en de "commiezen". Hier passeert tevens een fietsroute met die naam. Wat verderop zuivert de "lagune" afvalwater. Die trekt zich van grenzen niks aan want het afvalwater van Alveringem krijgt hier een zuiveringsbeurt. Bezoek mogelijk informatie op het gemeentehuis.

 
Typisch Frans.IJzerzandsteen.De Kommiezen.
 

          Bordjes van de "LF1 Noordzeeroute" gidsen je naar Bambecque, tevens de zuidelijkste plaats van deze route. Gelegen aan de samenloop van "l' Yser" en de "Herzeele Becque" wordt al genoemd in 1164. Ban (feodaal gebied),en bach (beek) verklaren de naam. Traditionele huizen, let op Herberg d'Oude Smisse" maken er een sfeervol plekje van. Via de LF1 het dorp verlaten, waar de route linksaf gaat blijf je rechtdoor rijden naar Rexpoëde.

 
Herberg d'Oude Smisse.KerkportaalSt Omaars.
 

          Via een lange, niet steile klim, laat je Bambecque achter je. Eenmaal boven staan mooie vergezichten je op te wachten. Daarna volg je de rustige weg noordwaarts. Het asfalt is van wispelturige kwaliteit, zoals overal langs de route. Je rijdt pal de kerk met openspits van Rexpoëde tegemoet. Let eens onderaan de spits, volgens mij hebben daar ooit wijzerplaten de tijd aangegeven. Het "Groenhof" is een landgoed met een rijke geschiedenis beladen. Een park van 2ha beplant met zeldzame boomsoorten trekt onze aandacht, maar een wegspringende rat, ter grootte van flinke huiskat doet mijn wederhelft van gedacht veranderen! 
Aan mooie wegwijzers geen gebrek tijdens deze tocht.

 
Wegwijzer.Panorama
 

          Het gezellige dorp verlaat je via de D55 richting Killem, maar je neemt de eerste straat links. Alweer zo'n rustig weggetje dwars door landbouwgebied. Het asfalt ligt er niet bepaald effen bij, maar hinderlijk wordt het nooit. De weilanden zijn omzoomd met "bocage", struikgewas bosschage. Dat geeft er wel een speciaal cachet aan. Akkers zijn dikwijls gewoon open. 
Steeds rechtdoor alle zijstraten negerend rij je op Warhem aan. Let eens op de Vlaamse straatnamen. Wanneer je een caravanpark opmerkt sla je linksaf. De mooie Mairie van het kleine dorp is het bekijken meer dan waard. Het gebouw missen is onmogelijk, je rijdt er pal op. Een Oudvlaamse tekst op houten panelen aan weerszijden van de kerkdeur, daar hebben we ons aan gehouden.

 
Onreynigheid verboden.
 

          We fietsen naar het kanaal Veurne-Bergues en slaan daar rechtsaf. Onberispelijk asfalt maar in ruil moet de fietser wat autoverkeer verdragen. Bij de eerste brug die je tegenkomt steek je het kanaal over en je volgt de andere oever. De lage huizen langs het kanaal zijn niet te best onderhouden zo te zien. Het pad eindigt bij de volgende brug en je neemt links. Je bent terug in De Moeren. Open ruimte is hier geen ijdel begrip. 
De blauwe watertoren in de verte is je richtpunt. In feite fiets je nu langs de omtrek van De Moeren. Eén van de windmolens de zgn "Moulin du Rhin" die vroeger De Moeren drooghielden is zijn wieken kwijt en dient nu als woonhuis. De romp is mooi gerenoveerd.

 
Moulin du Rhin. geen ijdel begrip.
 

          Bij de watertoren rechts, de D2 richting Ghyvelde. (Zin om na al die eeuwenoude kerkjes een modern exemplaar te bekijken? Sla dan linksaf en 1km verder ben je te Uxem. En uiteraard zelfde weg terug). 
Na herberg de Hooge Moote, sla je linksaf de smallere weg in. Die leidt je naar de autosnelweg. Moe van fietsen? Wel sla na de autosnelweg te zijn overgestoken links het halfverharde pad in. Kriskras kom je bij "Bommelaers Wall".

 
Bommelaers Wall.
 

          Een hoeve nog gedeeltelijk in werking waar men de stallen en andere gebouwen heeft omgetoverd in een smaakvol heemkundig museum. Het onthaal is supervriendelijk. Spontaan wordt een rondleiding gegegeven en krijg je uitleg over al hetgene te bezien is. Toegang: 5euro. Niet zo goedkoop maar je bent wel een tijdje zoet met het bekijken van al wat te bieden heeft. Er is een gloednieuwe zaal waar drank te verkrijgen is en waar je de eigen piknik kunt opsmullen. Na dit leerzaam bezoek terug en linksaf om je weg voort te zetten. Je komt voorbij het gehucht Meulhoeck. 
Een klein parkje wat landinwaarts rechts van de weg heeft mijn aandacht getrokken. Het werd aangelegd ter ere van Père Frédéric Janssoone, een beroemde Franciscaner monnik, om zijn wonderen zalig verklaard in 1980. Jaarlijks komen bezoekers uit Canada zijn geboorteplaats opzoeken. In de kerk is zijn leven afgebeeld in een rij schilderijen die ook Nederlandstalige onderschriften dragen. 
Een paar pedaaltrappen verder ben je voor je het goed en wel weet terug in Ghyvelde. Nog wat energie of tijd over? Net buiten Ghyvelde kun je prachtig wandelen in de oude fossiele duinen. Zo genoemd omdat ze ontkalkt zijn. Met bewegwijzering.

 
Meulhouck.Fossiele duinen.